De Orde van dienst op zondagmorgen;

I N T R E D E
WELKOM door de dienstdoend ambtsdrager
AANSTEKEN VAN DE KAARSEN door de beide zondagskinderen
BEMOEDIGING lector : Onze hulp is in de naam van de HEER
allen : DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT
D R E M P E L G E B E D door de lector, die het gebed ook zelf uitzoekt
I N T O C H T S L I E D
G R O E T door de voorganger, bijvoorbeeld
Genade zij u en vrede van God de Vader
en Christus onze Heer.
allen gaan zitten
G E B E D  O M  O N T F E R M I N G
L O F L I E D in de Adventstijd en de Veertigdagentijd wordt het loflied vervangen door een meer ingetogen lied
AANDACHT VOOR DE KINDEREN VOORDAT ZE NAAR DE KINDERNEVENDIENST GAAN
G E B E D  V A N  D E  Z O N D A G

D E H E I L I G E S C H R I F T
L E Z I N G E N  A F G E W I S S E L D  M E T  L I E D E R E N  O F  A C C L A M A T I E S
bij voorkeur wordt één lezing door de lector gedaan en één lezing door de voorganger
V E R K O N D I G I N G
L I E D

G E B E D E N  E N  G A V E N
EVENTUEEL GEDACHTENIS VAN WIE IN DE AFGELOPEN WEEK OVERLEDEN
door de voorganger met aansluitend lied
G E B E D E N
A F K O N D I G I N G E N door de dienstdoend ambtsdrager
DE KINDEREN KOMEN TERUG UIT DE KINDERNEVENDIENST
ZIJ DIE EEN KIND BIJ DE OPPASDIENST HEBBEN KUNNEN DIT NU OPHALEN OM STRAKS MEE DE ZEGEN TE ONTVANGEN
I N Z A M E L I N G  V A N  D E  G A V E N

Z E N D I N G  E N  Z E G E N

allen gaan staan
S L O T L I E D
Z E G E N die de gemeente beantwoordt met een gezongen ‘Amen’ (1x)