Lezingen Psalm 122 en 1 Petrus 2 : 1 – 6
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Op zondag 8 november 1908 is deze kerk ingewijd. Op maandag 9 november doet het Christelijk dagblad ‘De Graafschapper’ daarvan verslag. De verslaggever meldt dat daarbij zeker 500 (!) mensen aanwezig waren. Hoe dat mogelijk is in een kerkgebouw met 300 zitplaatsen is mij een raadsel. De mensen moeten hier gestapeld gezeten hebben. Wat een verschil met nu. We zijn hier nu, als ik goed geteld heb, met 16 mensen, die ver uit elkaar zitten. Ik had de Heurnse Kerk een beter afscheid gegund.

Voor velen is dit gebouw van grote betekenis. Veel mensen in onze gemeenschap hebben met dit gebouw een emotionele band. Zij zijn hier gedoopt. Hun huwelijk is hier ingezegend. Een dierbare overledene is vanuit dit kerkgebouw begraven.
Ruim 111 jaar, bijna 111 ½ jaar, is hier samen uit de Bijbel gelezen, gebeden, gezongen, het Evangelie verkondigd. Aan het begin van de dienst zongen we over ‘dit huis van hout en steen, waar nog de wolk gebeden hangt van wie zijn voorgegaan’. En dan, bij dat voorgaan, wordt niet gedoeld op de voorgangers, maar op hen die ons voorgingen in het geloof, die hier hebben gezeten, gezongen, gebeden. Die lange keten van generatie op generatie, mensen die met elkaar hier hun geloof hebben beleden, die wordt nu verbroken. Dat stemt verdrietig.
Want velen houden van dit gebouw. Dit gebouw met zijn eigen sfeer. Hier in De Heurne kerkt het anders dan in het dorp. Niks ten nadele van het dorp, laat ik dat vooral zeggen. In het begin van mijn predikantschap hier, toen er zowel hier als in het dorp min of meer gelijktijdig diensten werden gehouden, proefde ik toch altijd een verschil tussen het voorgaan in het dorp en hier in De Heurne. Hoe moet ik het noemen? Hier was het toch altijd net iets gemoedelijker.
In het artikel over de inwijding van de kerk in De Graafschapper staat dat ‘het gebouw zich tussen de eenvoudige landbouwerswoningen statig verheft’. ‘Tussen de eenvoudige landbouwerswoningen’. Die eenvoud is hier in mijn beleving altijd tastbaar gebleven. Ook sinds we op zondag nog maar één dienst hebben en de hele gemeente uit het dorp en uit De Heurne hier samenkomt met gewoon dezelfde mensen als die in het dorp zitten, is toch de eenvoud hier gebleven die dit gebouw zo kenmerkt. Het kerkgebouw zelf ademt die eenvoud en gemoedelijkheid en neemt de mensen daarin mee. Een gebouw is haast een mens. En ik merk gewoon dat ik zo over haar ook (of is het ‘hem’, of ‘het’?) begin te spreken. Als over een mens, van wie we vandaag afscheid nemen. Ook een gebouw heeft een karakter, waardoor we ons aangesproken voelen. En dat nog los van alles wat we hier in dit gebouw hebben beleefd en ervaren, al onze herinneringen die we daarvan met ons meedragen. ‘Partir c’est mourir un peu’ zeggen de Fransen. ‘Afscheid nemen is een beetje sterven’. En zo voelt het denk ik wel voor wie hier jarenlang gekomen is, voor wie in dit gebouw gewerkt heeft als koster en die alle hoeken en gaatjes van het gebouw kent. Alle nukken en grillen die een gebouw kan hebben. De organist, die het orgel altijd maar weer aan de gang moet zien te krijgen. Soms met een vastzittende toets die hij los moet hameren.
Ik zelf zal de tocht naar dit kerkgebouw missen. Zoals vanmorgen, over het prachtige Kerkpad. ‘Ben je met de auto?’ vroeg iemand. Nee, ben je gek, op de fiets! Prachtig. Zo door de weilanden.
Het handen geven hier bij de ingang voor de kerk met het prachtige uitzicht over de velden. Vaak klonk dan in de verte een specht die tegen een boomstam tikte. Dat allemaal zal ik ook missen. Want dat heb je in het dorp niet. Eenieder van ons, hier of thuis, heeft zijn of haar eigen afscheid van dit kerkgebouw.
Maar we nemen toch vooral ook samen afscheid. En daarin ligt onze kracht, dat we het samen doen. Ook al zijn we hier vandaag met weinigen, ook hier doen we dat samen en verbonden met iedereen die thuis deze dienst meemaakt, nu of straks. Jarenlang, meer dan een eeuw, zijn we hier als gemeente samengekomen. Dat is niet zomaar een woord. Het is van vitaal belang voor ons geloof dat we samenkomen. Daar werd dit gebouw ooit voor neergezet. En ook al sluiten we nu dit gebouw, dat samenkomen blijven we doen. ‘Als levende stenen’ komen wij samen. ‘Levende stenen’, zo noemt de apostel Petrus hen die samen in Christus geloven.
Ieder van ons mag zichzelf zien als een levende steen en samen vormen wij een geloofsgebouw. We nemen dan wel afscheid van dit kerkgebouw. Maar het geloofsgebouw van de gemeente blijft staan. Dat blijven we samen vormen. Bij de inwijding van dit kerkgebouw op 8 november 1908 preekte ds. Kautzman over deze woorden van Petrus.
Nu, ruim 111 jaar later, klinken ze opnieuw in dit gebouw. Wij verlaten dit kerkgebouw. Maar één gebouw blijft staan. Ja, ook dit gebouw blijft gelukkig staan. Maar met een andere bestemming. Eén gebouw blijft staan. En dan bedoel ik ook niet de Dorpskerk. Ook die blijft gelukkig staan. Maar ik bedoel dat gebouw dat wij samen vormen. Samen met de levende steen, zoals Petrus Christus noemt. Van wie we het leven met Pasen hebben gevierd. Samen met Hem vormen wij een gebouw, dat staat als een huis, de eeuwen door. Tot eer van Gods Naam. En tot heil van alle mensen.
Amen

Peter Bochanen