Met alle commotie rondom het coronavirus en alle maatregelen eromheen zou het ons zomaar kunnen ontgaan dat woensdag 17 februari de veertigdagentijd begint. Normaal is dat een periode van inkeer en bezinning, waarin veel mensen hun levensstijl matigen. Maar we moeten in deze tijd al in zoveel matigen, horecabezoek is al lang niet meer mogelijk. Op het moment van schrijven mogen we alleen nog maar in ons eentje ergens op bezoek en ook maar één bezoeker op een dag ontvangen. En vanaf negen uur ’s avonds mogen we de deur niet meer uit. Kortom, ons hele leven is al aan banden gelegd. Al elf maanden lijkt ons leven een woestijntocht. Al bijna een jaar lang leven we in een soort veertigdagentijd. En nu gaan we de echte veertigdagentijd in. Nu komt daadwerkelijk de bezinning centraal te staan op wat het betekent om te moeten leven met beperkingen, op ons leven als een woestijnreis. Hoe houden we de moed om het vol te houden? Welk perspectief hebben we, welke hoop op een goede afloop? Jezus zelf zag zich ook voor al die vragen gesteld. Ook hij heeft geworsteld met zijn leven. Ook zijn leven was een woestijnreis. Zoals ooit zijn volk Israël veertig lange jaren op weg was in de woestijn. Maar Hij heeft daar doorheen een weg gevonden, een pad gebaand. Op die weg mogen wij hem volgen, veertig dagen lang, op weg naar Pasen.
Willem Barnard schreef een prachtig lied bij het evangelieverhaal voor de eerste zondag in de veertigdagentijd, het verhaal over de verzoeking van Jezus in de woestijn. Het is een lied over wat het betekent om mens te zijn in deze tijd en hoe je het vol kunt houden.
U vindt het lied hieronder.

Peter Bochanen

  1. Een mens te zijn op aarde
     in deze wereldtijd,
     is leven van genade
     buiten de eeuwigheid,
     is leven van de woorden
     die opgeschreven staan
     en net als Jezus worden
     die ’t ons heeft voorgedaan.
  1. Een mens te zijn op aarde
     in deze wereldtijd,
     is komen uit het water
     en staan in de woestijn,
     geen god onder de goden
     geen engel en geen dier,
     een levende, een dode,
     een mens in wind en vuur.
  1. Een mens te zijn op aarde
     in deze wereldtijd,
     dat is de dood aanvaarden,
     de vrede en de strijd,
     de dagen en de nachten,
     de honger en de dorst,
     de vragen en de angsten,
     de kommer en de koorts.
  1. Een mens te zijn op aarde
     in deze wereldtijd,
     dat is de Geest aanvaarden
     die naar het leven leidt;
     de mensen niet verlaten,
     Gods woord zijn toegedaan,
     dat is op deze aarde
     de duivel wederstaan.

 Liedboek, lied 538