Een dag meekijken achter de tralies
Op mijn route naar de afdeling waar ik vandaag voor een deel zal werken, passeer ik het stiltecentrum dat op dit moment geschilderd wordt. Elke afdeling in Vught heeft zijn eigen stiltecentrum waar moskee- en kerkdiensten gehouden worden. Omdat niet alle gevangenen bij elkaar in de kerkdienst mogen zitten en er ook een maximum van 35 is (vanwege de veiligheid) betekent dit dat ik zondags drie diensten na elkaar doe. Ik besluit even naar binnen te lopen om te kijken hoe ver de schilders (dat zijn gedetineerden die een schildersopleiding volgen) gevorderd zijn. Voordat ik uiteindelijk op mijn kantoortje ben, is het al bijna half tien. Snel bel ik naar de afdeling met de vraag of zij meneer Stevens naar mij willen sturen. Terwijl ik op hem wacht, lees ik het ochtendrapport van de afdeling om te zien of er nog iets bijzonders is gebeurd. Bij mijn post liggen een paar verzoekbriefjes om een gesprek van mensen die ik nog niet ken.
Meneer Stevens klopt zacht op mijn deur. Hij is een man die opvalt binnen de gevangenis: een keurige verschijning, hij had werk, vrouw en kinderen. Maar nu is hij hier tot zijn eigen wanhoop. Het gaat goed met hem. Innerlijk voelt hij zich rustiger, vertelt hij. Hij mediteert en bidt elke dag. Dat gaat nu weer goed. We nemen afscheid en spreken af voor volgende week. Dan zal zijn vrouw ook bij het gesprek aanwezig zijn. 
Daarna loop ik naar de afdeling waar één van de nieuwe mensen om mij gevraagd heeft. Het is een chaotisch gesprek, waarvan ik de helft niet begrijp. Wel wordt me duidelijk dat de man met een rijk gevangenisverleden altijd onschuldig vastzit omdat mensen door de duivel altijd valse getuigenissen tegen hem afleggen terwijl hij zelf toch een man van God is. Na dit gesprek heb ik nog ruim een half uur voor de middagpauze. Dat is te kort voor een uitgebreid gesprek, maar lang genoeg om korte gesprekjes te voeren. Ik  ga bij meneer Schat langs. Hij zit zoals altijd stilletjes in zijn cel. Hij is bezig met het schrijven van kerstkaarten. Hij geeft aan dat hij het moeilijk heeft. We spreken af dat we volgende week langer zullen praten. Tenslotte bezoek ik Martin. Die had verleden week zijn rechtszaak, hetgeen voor hem emotioneel erg spannend was. Er is een hoge straf geëist maar Martin is daar tevreden mee omdat hij inziet dat de eis in verhouding is naar wat hij gedaan heeft.
Tijdens de middagpauze tref ik de laatste  voorbereidingen voor het koortje van gedetineerden die in de viering zullen zingen.  De mannen hebben er wel veel plezier in. Dan word ik gebeld door een bewaarder van een afdeling. Hij vraagt of de afspraak die ik zo dadelijk zou hebben met Christiaan naar volgende week verzet kan worden. Want volgende week, in het weekend, mag Christiaan, twee dagen naar buiten. Hij wil die dagen met mij voorbereiden. Eerlijk gezegd komt het me niet slecht uit want nu heb ik de tijd om Manuel te bezoeken.  Manuel zit op de afdeling, helemaal aan de andere kant van het gevangeniscomplex. Om tijd te sparen, neem ik de fiets. Met Manuel heb ik veel contact. Hij spreekt alleen Spaans, waardoor hij in veel dingen op mijn vertaling is aangewezen. Manuel moet overgeplaatst worden naar een andere gevangenis maar het is niet duidelijk naar welke. Voor justitie staat hij geregistreerd als ongewenste illegale buitenlander. Dat betekent dat hij naar de vreemdelingenbewaring zou moeten om vervolgens na zijn straf uitgezeten te hebben, het land uitgezet te worden. Maar Manuel is geen ongewenste illegale buitenlander, vertelt hij. Zijn advocaat zou dat uit gaan zoeken. Maar vandaag is mij verteld dat justitie bij haar standpunt blijft en dus moet Manuel toch naar de vreemdelingenbewaring. Manuel is erg wanhopig. In zijn zaak zijn al heel veel dingen scheef gegaan. Hij begint te huilen en ik laat hem maar zijn hart luchten.
Omdat ik voor hem regelmatig contact heb gehad met zijn advocaat en andere instanties, weet ik dat hij de waarheid spreekt. Ik kan me zijn gevoel van machteloosheid en wanhoop dan ook goed voorstellen. Ik beloof hem dat ik zijn advocaat zal bellen om hem in te lichten over dit besluit van justitie. Gelukkig krijg ik de advocaat direct aan de telefoon. Hij zegt toe vanmiddag nog achter één en ander aan te gaan want bij de immigratiedienst staat Manuel inderdaad niet geregistreerd als ongewenste buitenlander. Ik stap weer op mijn fiets en maak halverwege een tussenstop bij de afdeling waar mannen gevangen zitten met beperkingen. Dikwijls mogen mannen, vlak na hun arrestatie, geen enkel contact hebben met de buitenwereld, dus ook niet met de naaste familie. Ze verblijven de hele dag (op een uur luchten na) in hun cel. Afhankelijk van het politieonderzoek kan dat wel een maand (of meer) duren. Deze mannen worden door ons standaard bezocht omdat we weten dat velen van hen het erg moeilijk hebben. Vanmiddag bezoek ik twee jongens. De één vroeg verleden week om een bijbel. “Dominee, ik heb al 130 bladzijden gelezen” vertelt hij. Dan laat hij me een raptekst zien, waarin hij zijn gevoel beschrijft. Uit de tekst wordt zijn spijt en zijn zoeken naar God duidelijk. We besluiten het gesprek met een gebed. De andere jongen had ik nog niet ontmoet maar hij is blij met het bezoek van de dominee want hij was ooit lid van een evangelische kerk en wil graag verder met me praten. Maar ik heb geen tijd meer dus beloof ik hem het over een paar dagen opnieuw te proberen.
Als ik weer terug ben op mijn afdeling is het bijna tijd voor de gespreksgroep. Onze trouwe koster (een gedetineerde) heeft de koffie al klaar staan.
Deze groep is heel bijzonder omdat de mannen elkaar erg vertrouwen, waardoor ze open zijn over hun teleurstellingen en verwachtingen.
Ze verwachten allemaal ooit weer buiten te komen. Eén jongen vertelt dat er een periode was dat hij het helemaal niet meer zag zitten en eigenlijk niet meer door wilde leven. Er zijn er meer in de groep die door zo’n crisis heen zijn gegaan.  Maar wat maakt het dat je dan toch door gaat? Ergens is er toch altijd een klein perspectief, concludeert iemand die ook door zo’n dal heen ging. Een man, die nu nog 12 jaar straf voor de boeg heeft, vertelt dat het voor hem ook heel belangrijk is om zich te richten op de periode dat hij gevangen zit. Als hij ooit vrij komt, hoopt hij de pijn en het verdriet te boven te zijn. Maar daarvoor is nog heel veel tijd nodig. Daarom is het voor hem goed dat het nog lang duurt voor hij vrij komt. Voor we het weten is het uur alweer voorbij en moeten de mannen terug naar hun cel.
De dag is voorbij.
Ik loop naar de uitgang. Ik passeer verschillende deuren, leg mijn pieper in de oplader, hang mijn sleutels in een speciale muur en met mijn pasje log ik mijzelf uit. Dan klapt de grote poort achter mij dicht. De mannen blijven binnen en ik sta buiten.

Ds. Anne van Voorst