Elske, het is niet de eerste keer dat je bij ons aan tafel zit, maar deze keer zijn we niet blij met de reden voor dit interview.

Je kwam hier als een jong meisje. Hoe ervoer je dat?
Ja, ik was 19, per 1 november ben ik hier 20 jaar. Ik zat net een jaar op het  conservatorium. Het was wel spannend, de leden van de cantorij konden mijn ouders of grootouders zijn. Mijn voorgangster Anne-Mieke Tijselink en haar man Wim Ruessink gaven de tip door dat ik kerkmuziek studeerde en het misschien wel wat voor mij was. Vanaf mijn 15e was ik al organist in de Zonnebrinkkerk in  Winterswijk. Als klein meisje keek ik toe hoe mijn moeder orgel speelde en pikte ik er veel van op. Daarna kreeg ik thuis les van Anne-Mieke Tijselink. De cantorij was wel mijn eerste koor.

Organisten zeggen wel eens dat de ene gemeente beter zingt dan de andere. Kunnen wij een beetje zingen in Dinxperlo?
Ja, dat vind ik wel, ze durven wel te zingen, ze zingen stevig, uit volle borst. Vooral de cantorij.

Zet je altijd samen een dienst op?
Ja, samen met de predikant. Meestal geef ik aan welke liederen de cantorij kent of wat we in studeren en wat bij het onderwerp van het leesrooster past.

Is er iets opmerkelijks voorgevallen in die 20 jaar dat je bij ons werkte?
Ja, we repeteerden in de Ontmoetingskerk en de tenoren waren aan het klieren. Toen zei ik: “Die tenoren kunnen we er niet bij hebben”. Toen stapten ze op maar ze kwamen wel gauw terug.

Kun je jongeren weer bij de kerk betrekken door eigentijdse muziek te bieden?
Wat is eigentijdse kerkmuziek. Opwekkingsliederen hoeven niet modern te zijn. De manier van kerkzijn, die vroeger vanzelfsprekend was, verdwijnt, maar de jongeren  zoeken wel naar verdieping, net als alle leeftijden. Teamspirit, de jeugdcantorij, verving eigenlijk de catechisatie. We hadden veel gesprekken met diepte. De familiediensten met een drumstel liggen wel meer in de belangstelling van het gemiddelde gezin met opgroeiende kinderen.

Hoe gaat het nu straks met Podium, het projectkoor?
Dat blijf ik gewoon doen. We zijn weer begonnen met het kerstproject. We geven 3 optredens, één in Doetinchem, één in de Michaelskirche in Suderwick en één in het buurtschapshuis in Sinderen. Ik vind dat Podium alles met de kerk te maken heeft. Een grote groep gemeenteleden die wekelijks bij elkaar komt en ook de zorgen met elkaar deelt.

Wat is de reden dat je bij ons stopt?
Zes jaar geleden ben ik begonnen als cantrix in Doetinchem. Daarom nam ik hier ontslag als organist, dit was niet te combineren. Ik bleef wel dirigente van de cantorij. Hier oefende ik met hen en op dezelfde avond met de cantorij van Doetinchem. Theo Menting vulde daar het eerste uur in. Maar Theo werd predikant in Gendringen en kon mij niet meer helpen. Toen was het voor mij genoeg. Ik heb nu nog naast Doetinchem, Vrouwenkoor Musica in Dinxperlo en het vocaal ensemble in Deventer. Ik zing zo nu en dan in de Reisopera met uitvoeringen door het hele land en repetities in Enschede. Verder ga ik 2 jaar de studie voor dirigent in Maastricht doen. Ik heb een video-opname van mezelf opgestuurd en hoefde toen geen toelatingsexamen te doen. En ik heb ook mijn gezin. Als ik een nieuw koor zou aannemen, dan wil ik er zelf ook wat van leren. Het vocaal ensemble b.v. zingt moeilijke stukken als motetten van Bach.                                                   
Ik werk graag met mensen. Als dirigent moet je verbindend zijn. Je moet weten wat er in het koor speelt. Je bent eigenlijk ook psycholoog en maatschappelijk werkster. Er moet een klik zijn tussen koor en dirigent.

Je werk moet wel veel onrust en spanning geven. Hoe ga je daar mee om?
Nù heel goed. 10 jaar geleden had ik toch last van dreigende faalangst en was het druk in mijn hoofd. Toen vond ik het niet meer leuk. Maar in een gesprek met Theo Menting raadde hij me een boek aan over spiritualiteit met de regels van Benedictus. Daarin stonden de punten: neem voldoende rust, geef voldoende aandacht en neem een glas wijn.
Denk niet: Er zitten zoveel critici in de kerk, maar denk: Ha, nog iemand die komt genieten van de muziek. En beheer je agenda beter. Schrijf er per dag alles in, ook huishoudelijke dingen en sporttijden. Dat maakt je hoofd leeg en dan krijg je rust. Pak de vorige avond je tas in, zodat je ’s morgens rustig kunt vertrekken. Dat deed ik en toen genoot ik weer van mijn beroep.

Wat geef je ons nog mee nu je ons verlaat?
15 december is je laatste dienst.
Ik hoop dat de kerkmuziek op niveau blijft. Dinxperlo zingt heel goed! Ik vertrek met pijn in mijn hart. Wat was het een fijne club mensen en wat hebben ze altijd met me meegeleefd in al mijn ups en downs. Wat hadden we een lol.                                           

In opdracht van de redactie,
Tita de Boer en Koos Klunder