Deze maand wordt aan ons gevraagd wat de kerk ons waard is. Op het formulier bij de Actie Kerkbalans kunnen we aangeven wat voor bedrag we dit jaar aan de kerk willen geven.
Voor sommige mensen is dat een vanzelfsprekend iets. Voor anderen is dat minder vanzelfsprekend.
Waarom zou je wat aan de kerk willen geven?
Mijn antwoord is: ‘Om de lofzang gaande te houden’. Persoonlijk geef ik aan de kerk om de lofzang gaande te houden. Deze woorden heb ik niet zelf bedacht. Ze staan, hoe kan het anders, in een lied.
In Psalm 107 in ons liedboek staat:
Gods goedheid houdt ons staande
zolang de wereld staat!
Houdt dan de lofzang gaande
voor God die leven laat.
De lofzang gaande houden in de zondagse eredienst is voor mij één van de meest wezenlijke dingen van ons kerkzijn.


De één doet dat het liefste samen met de cantorij en mooi orgelspel. De ander met vlotte liederen met een combo.
Maar waar je voorkeur ook naar uitgaat, van belang is dat we samen de lof van God blijven zingen.
Want als het zingen verstomt, dan verdwijnt het geloof. Dat is mijn vaste overtuiging.
Volgens mij zingen we veel gemakkelijker over ons geloof dan dat we erover praten. Zo is tenminste mijn eigen ervaring. En ik bevind mij in goed gezelschap. Kerkvader Augustinus zei 1600 jaar geleden al ‘Zingen is twee keer bidden’. Als we stoppen met zingen, wat blijft er dan over? Hoe kunnen we dan het geloof nog delen? Hoe kunnen we dan nog kerk zijn?
Daarom geef ik mijn bijdrage aan de kerk om de lofzang gaande te houden: voor de organisten achter het orgel en voor het onderhoud van dat orgel, voor de cantorij onder leiding van de cantor en voor de familiediensten. Ik geef voor het kerkgebouw, voor de nevenruimtes, voor de oppasdienst, de kindernevendienst, de WPC en de WPL. Ik geef voor de koffie en de thee na de dienst, voor de kosters en beheerders. Ik geef voor de predikanten en de jeugdwerker.
Het vraagt veel van mensen om de lofzang gaande te houden: inzet èn geld!

Peter Bochanen