Wat is zegenen?
Allereerst is het belangrijk na te gaan wat het zegenen van mensen precies betekent. Wanneer er iemand gezegend wordt, dan wordt daarmee uitgedrukt dat iemand onder de goedheid van God en Zijn bescherming wordt geplaatst. Daarbij wordt tegelijkertijd ook het goede over iemand uitgesproken. Het Latijnse woord voor zegenen betekent dan ook letterlijk: goed spreken. Dus deze twee aspecten: het iemand toevertrouwen aan Gods goedheid en bescherming én het goed spreken over iemand, bevat de zegen. Om het op een andere manier te zeggen, zou je kunnen zeggen dat met de zegening de wens uitgesproken wordt dat de mens weer heel is in zijn relatie tot God en met de ander. God legt zijn Naam op de gezegende mens. Belangrijk is ook op te merken dat het niet de mens zelf is die de zegen geeft. Die is alleen maar het doorgeefluik. Zegenen is een gunnende daad van God, die de gemeente mag doorgeven. De zegen is dus geen uitdrukking van of jij het er mee eens bent. Op zondag wordt bijvoorbeeld zonder enige reserve de gehele gemeente gezegend. Terwijl iedereen weet dat er onder de gemeenteleden heus wel mensen zijn die dingen doen waar jij het niet mee eens bent. Toch mag het leven van een ieder onder de bescherming en goedheid van God gesteld worden. Wanneer nu de verbintenis tussen twee mensen in de kerk gezegend wordt, worden dus op dezelfde wijze, deze twee mensen onder de hoede en bescherming van God gesteld. Die verbintenis krijgt in de Nederlandse situatie in de meeste gevallen éérst haar beslag in een burgerlijk huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract. De beslissing van twee mensen om in goede en kwade dagen elkaar trouw te zijn en met zorg te omringen wordt vervolgens, als daarom wordt verzocht, in de kerkgemeenschap bevestigd door haar te omgeven met gebed, woorden uit de Bijbel en een zegening.
Op grond van het voorafgaande zal duidelijk zijn dat je iemand niet zomaar de zegen onthoudt. Daarvoor moeten dan wel hele goede redenen zijn. Daarbij is het goed om te bedenken dat in onze hedendaagse samenleving, ook binnen de gemeenschap van de kerk, een veelvormigheid van ‘oplossingen’ is ontstaan voor het samenleven in liefde en trouw, en dat een gemeente kan besluiten, niet alleen over het traditionele huwelijk als enige ‘geldige’ oplossing Gods zegen te vragen en uit te spreken.

Het ‘homohuwelijk’
In de meeste gevallen zal het dan gaan om het zegenen van een huwelijk tussen twee geliefden van hetzelfde geslacht. Het zogenaamde homohuwelijk. Inmiddels is in kerk en samenleving breed aanvaard dat er mensen zijn die homoseksueel zijn en dat dit niet iets is om van te genezen. Maar daarmee zijn in de kerken de vragen niet uit de lucht, want hoe moet je nu omgaan met geloof, bijbel en homoseksualiteit? In de wat meer traditionele kerken wordt dan dikwijls gesteld dat het goed is om je in dat geval te onthouden van een relatie. Een goede gelovige moet zich dan onthouden van een liefdesleven. Dit is voor velen een onmogelijke eis gebleken, omdat liefde en seksualiteit nu eenmaal diepe en fundamentele krachten zijn in het leven van een mens. Vele homoseksuele gelovigen hebben geworsteld met deze eis om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat er niets mis is met de liefde van de ene mens tot de andere. Wanneer iemand een partner vindt van hetzelfde geslacht met wie hij liefde en trouw kan delen, dan opent dat de weg tot een goed en gelukkig leven met zorg voor elkaar. Gelukkig zijn er ook veel kerken en gemeenten die hetzelfde inzicht zijn toegedaan.

De Bijbel en homoseksualiteit
Er is in de afgelopen decennia veel geschreven over de manier waarop onze aanvaarding van homoseksualiteit zich verhoudt tot wat de Bijbel erover zegt. Het zal wel altijd zo blijven dat gemeenteleden onderling van gevoelens verschillen over de vraag hoe ze bepaalde Bijbelteksten moeten wegen. Maar daarbij dan toch het volgende ter overweging: in de Bijbelse tijd werd nog niet gedacht in termen van homoseksualiteit als een geaardheid. Er werd niet gesproken over iemand die homoseksueel was. In het Oude Testament worden vooral homoseksuele daden, zoals bijvoorbeeld in Sodom, veroordeeld. Daarbij ging het om mannen die andere mannen verkrachtten, niet omdat ze homoseksueel waren, maar het was voor hen een uitdrukking van gewelddadige onderwerping en minachting, zoals nu nog steeds vrouwen en mannen verkracht worden als deel van de overwinningsstrategie. In de Romeinse tijd en in de steden van het Nieuwe Testament, zoals Paulus die kende, hadden de vrije mannen gewoonlijk eerst een tijdlang relaties met jongens, voordat ze met een vrouw trouwden. Jongens die hogerop wilden komen, konden daar nauwelijks omheen, of ze nu homo waren of hetero. Ook in deze situatie is geen sprake van een gelijkwaardige relatie, ontstaan in vrijheid en uit liefde. Het is goed deze context mee te wegen, wanneer we naar de Bijbel kijken. Van sommige zaken in de Bijbel zeggen we dat ze door het tijdsbeeld bepaald zijn, terwijl we van andere dingen menen dat ze blijvend geldig zijn. Om een heel ander voorbeeld te geven: Paulus verklaart dat een volgeling van Jezus geen bloed mag eten (Handelingen 15:20). Dit weerhoudt ‘bijbelgetrouwe’ christenen er niet van om rosbief of zelfs bloedworst te consumeren. Ook Paulus’ advies om, als het even kan, ook als heteroseksueel, niet te trouwen, wordt door de meest traditionele christenen zelden ter harte genomen. Dus blijkbaar hebben we in de loop van de tijd keuzes gemaakt, welke gegevens in de Bijbel als tijdloos gelden en welke niet.
Onze ervaring met echte en oprechte homoseksualiteit kan ertoe leiden, dat we Bijbelteksten, die stammen uit een tijd waarin homoseks niets met oprechte homoseksualiteit te maken had, mogen relativeren. Het gebod van de liefde voor God en de naaste is het centrale gebod in heel de Bijbel. Iemand die homoseksueel is, wordt niet helemaal bepaald door zijn seksuele voorkeur. Op de eerste plaats zijn we allemaal mensen, geschapen in liefde en bestemd om in liefde te leven.

Ds. Anne van Voorst