Zes zondagen achtereen, tot en met zondag 24 februari, staat het Bijbelboek Ester op het leesrooster voor de zondagse diensten. Op zoek naar achtergrondinformatie over dit Bijbelboek vond ik op mijn computer nog een bijdrage van onze oud-predikant Hans Brok, die eerder is geplaatst in het blad Kerkleven in april 2003, toen we ook uit het boek Ester lazen. Ik vind de inhoud van het artikel alleszins de moeite waard om het na bijna 16 jaar opnieuw ter lezing aan te bieden.

Peter Bochanen

INLEIDING IN HET BOEK ESTER
Hieronder wil ik u meenemen op een tocht door het boek Ester. Ik ga in op de bedoeling van het boek en vertel niet het verhaal nog eens. Het bijbelboek is al een verhaal. Maar een verhaal met een boodschap. In het onderstaande moet ik mij in het kader van dit artikel beperken tot enkele hoofdzaken. 

De boodschap
Het boek Ester wil ons vertellen dat er bevrijding is in de ballingschap. Het boek Exodus gaat over bevrijding uit de ballingschap. Het boek Ester over bevrijding in de ballingschap. Dat brengt het verhaal dichtbij, omdat we eigenlijk, zolang Gods heerschappij op aarde niet volledig is, nog altijd in ballingschap leven. Het boek Ester wil ons dan perspectief en moed geven.

Achtergrond, plaats en tijd van ontstaan, auteur
Het boek Ester is wel een historische novelle genoemd. Dat wil zeggen een vertelling met enkele historische elementen, waarvan overigens de auteur onbekend is.
De auteur – wie dat ook moge zijn – blijkt namelijk goed op de hoogte te zijn van de levensstijl en de situatie aan het Perzische hof en in het Perzische Rijk. Maar de historiciteit is voor de onbekende auteur niet belangrijk. Het gaat erom wat de auteur ons met dit bijbelboek wil zeggen. Wat de plaats van ontstaan betreft moeten we denken aan een Joodse gemeenschap in de diaspora. De ontstaanstijd van het boekje is moeilijker te bepalen. De meeste commentatoren houden het op ongeveer 350 voor Christus.

Personen
Er spelen een verteller en een vijftal personen een rol in het boek Ester. Wie die verteller is weten we niet. De inleidingen op dit boek geven daarover geen uitsluitsel.
Die verteller, die we dus niet kennen, heeft een belangrijke rol in dit verhaal.
Hij zet de toon en werkt duidelijk naar de boodschap toe, die hij zijn volk (de Joden in ballingschap dus) wil brengen. Naast de verteller zijn er vijf personen, die voortdurend in het boek optreden.
1. Koningin Vasti. Zij komt alleen in hoofdstuk één voor en valt op als een moedige vrouw, die geen speeltje wil zijn voor koning Ahasveros en zijn feestvierende vriendjes. Daarom wordt zij ook verstoten.
2. Hadassa (hetgeen Mirte betekent), die in het Perzisch Ester heet. Ester betekent ‘de verborgene’. Dat heeft in de Rabbijnse uitleg de discussie opgeleverd: waarom worden deze twee namen gebruikt? Het meest voorkomende antwoord is dat beide namen hun betekenis hebben. De Mirte is het symbool voor de rechtvaardigen. En de naam Ester (in verband gebracht met een Hebreeuws werkwoord, dat verbergen betekent) duidt erop, dat Ester zich pas op het laatst, toen het werkelijk nodig was als Joodse bekend maakte en voor haar volk opkwam (zie hfst 4: 13 en 14).

 

 

 

 

Rembrandt van Rijn; Ahasveros en Haman aan het feestmaal van Ester

 

 

3. Haman. Hij staat model voor de Jodenhater bij uitstek. Hij is een afstammeling van Koning Agag, die door koning Saul, toen de Amalekieten door hem werden verslagen, tegen Gods bevel in werd gespaard. En Amalek staat in het Eerste Testament model voor de erfvijand van Israël (zie Exodus 17: 8 t/m 15 en Deuteronomium 25: 17 t/m 19). Het is de laffe tegenstander, die Israël in de rug aanvalt. Zo één is Haman er!
4. Mordekai is zijn tegenspeler. Hij is afkomstig uit de stam van Benjamin en een verre nazaat van Saul, die ook een Benjamiet was (zie hfst 2: 5). Hij staat model voor de rechtvaardige mens, die opkomt voor gerechtigheid. Zowel voor Ahasveros, wanneer hij wordt bedreigd, als voor zijn volk. Ook herkennen Rabbijnen in zijn naam via het Perzische mor, de stam ‘mirre’, die de eerste is van alle welriekende kruiden. Zo is Mordekai de eerste van alle rechtvaardigen in zijn generatie.
5. Ahasveros. Dat ik deze als laatste noem heeft een diepere betekenis. Ogenschijnlijk is hij de hoofdrolspeler in dit verhaal, maar wie nauwkeuriger leest ziet dat het niet zo is. Eigenlijk is hij een willoze zwakkeling, die zich laat meeslepen door drank, door zijn emoties. Hij toont geen enkel eigen initiatief. Door de zwakheid van de koning heen wordt de kracht van de ware Koning – JHWH – , die nergens in het verhaal met zoveel woorden wordt genoemd, zichtbaar.

Poeriem
Het boek Ester geeft ons de ontstaansgeschiedenis van het Poeriemfeest. Het Poeriemfeest heeft als enige Joodse feest een Perzische naam, afgeleid van het woord Poer, dat lot betekent. Het verwijst naar het gegeven, dat Haman het ‘Poer’ (is lot) heeft geworpen om de meest gunstige datum te bepalen om het Joodse volk uit te roeien. Maar dit lot keert God om en het keert zich tegen Haman. Dat is wat het huidige Israël nog altijd viert met het Poeriemfeest, dat een vrolijk feest is, waarop men elkaar en de armen geschenken geeft. Op dit Poeriemfeest wordt dan ook het boek of eigenlijk de rol Ester in zijn geheel gelezen.

Theologie
Tenslotte wil ik nog iets uitvoeriger ingaan op de theologie van het boek Ester.
Zoals ik al opmerkte komt de Godsnaam nergens in het boek Ester voor. Maar hij is er wel. Ook als de Verborgene is Hij de Aanwezige.
‘Ik ben er’ is in zijn afwezigheid vaak dichterbij dan men ook maar bij benadering kan vermoeden. Met het verborgen blijven van God in het boek Ester wordt bovendien ook de menselijke verantwoordelijkheid des te sterker onderstreept. Mensen hebben de opdracht verantwoordelijkheid te dragen voor het welzijn van Gods volk. God gebruikt onvolmaakte mensen om zijn doel met hen te bereiken. Veelzeggend is in dit verband dat het volk van God in het boek Ester met name wordt vertegenwoordigd door een balling (Mordekai) en een eenvoudige wees (Ester). In dit geheel is als een belangrijke theologische doelstelling in dit bijbelboek te zien dat het beoogt het geloof te versterken van allen die leven in een wereld waarin God afwezig lijkt.
Interessant is om te zien dat in dit boek zowel een kritische aanvaarding als een kritische verwerping daarvan naar voren komt. De bedoeling daarvan is duidelijk om aan te geven dat het volk van God ten aanzien van de staat een kritische distantie in acht moet nemen. Tegelijk weerspiegelt deze houding een poging om de erfenis en de levenswijze van de Joodse gemeenschap in een niet-Joodse wereld vast te houden. Ditzelfde geldt voor de figuur van Ester. Een eenvoudig meisje wordt koningin van Perzië en speelt uiteindelijk een heel vooraanstaande rol bij de redding van een heel volk.
Een heel belangrijk theologisch thema in het boek Ester is dat van de ‘ommekeer’. Deze thematiek komt in dit bijbelboek in verschillende verhaalmotieven tot uitdrukking. Zo bevindt Mordekai, die in een lage status begint, zich aan het slot van het boek in een heel hoge positie. Hij is dan de eerste na de koning (10: 3). Met Haman gebeurt echter precies het omgekeerde. Het is een feest van hoop in de ballingschapssituatie, waarin alle mensen van tijd tot tijd kunnen verkeren.

Hans Brok             Zeist, 1 april 2003